‘Hier laten we de witte liever langer rijpen, de rode niet. Die kun je beter snel drinken. Maar eigenlijk zijn onze eilanden helemaal niet geschikt voor rood.’ Je zou het niet denken, waar wijnstokken ogenschijnlijk slordig over de baksteenbruine aarde hangen en omhoog lopen tegen muurtjes van met de hand gestapelde, gitzwarte basaltblokken. Stenen die de warmte van de brandende zon met liefde omarmen en absorberen. Binnen zo’n ommuurd stukje staan maar een paar druivenplanten. Drie, vier, soms vijf. Dat schiet niet op. Van die rechte rijtjes druivenstokken aan palen en kabels zoals we gebruikelijk zien, daar zijn er hier maar een handjevol van.  

Ik ben op Pico, een van de negen bewoonde eilanden van de Azoren, een archipel die verdwaald ligt ergens in het midden van de Atlantische Oceaan. Het valt onder Portugal, dus officieel is het Europa. Maar landschappelijk gezien vind ik het complete onzin, de Azoren laten zich nergens mee vergelijken. Ook op andere eilanden dan op Pico maken ze hier wijn, maar die is minder - in alle opzichten. Ik heb wijnen geproefd van Sao Miguel en Graciosa, die zijn nog schaarser, maar vond ik niet aan de wijnen van Pico kunnen tippen.

Pico is een eiland met een oppervlakte van 445 vierkante kilometer, zeg maar ter grootte van Texel, alleen dan met een vulkaan van 2300 meter erop. De ommuurde wijngaarden of currais op Pico zijn als cultuurlandschap uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed in 2004. De reden dat ze er zijn is om de planten te beschermen tegen wind en zee. Bovendien houden ze de warmte vast. Ze stammen al uit de 15e eeuw en mogen niet worden aangepast, anders raak je je status als wijnmaker kwijt. Voor iedereen die er zich aan de regels houdt is er dan de DO Pico. Ook kwam ik IG Açores tegen, een iets minder strak bepaald kwaliteitslabel.   

Een trio inheemse druivenrassen bepaalt de koers van wit: arinto dos Açores, terrantez (do Pico of do Terceira) en verdelho (waarschijnlijk afkomstig van Madeira). Soms in blends, meestal als monocépage gebotteld. Deze geven wijnen met vooral veel ziltigheid, vuursteen, limoenen en soms wat tropisch fruit. Ik vind ze verrukkelijk.  

Zo’n vulkaan zorgt voor vruchtbaarheid, het groen is op deze eilandengroep dan ook niet te stoppen. Alles woekert en wingert. Niet alleen druiven. Behalve wind, zeewater en wat lokale duiven is er nog een vijand voor de veelgekoesterde druifjes: schimmels. Op de Azoren hangt een onzichtbare, continue deken van klammigheid. Bovendien koelt het ‘s nachts nauwelijks af en waait het in de zomermaanden een stuk minder dan ik verwachtte zo midden op zee. Het helpt allemaal niet. Kortom, druiven telen zonder ingrijpen is lastig. Spuiten met koper of sulfiet, we ontkomen er niet aan, verexcuseerde een wijnmaker zich ter plekke. Niettemin wordt er door velen zo biologisch mogelijk gewerkt. Niet per se met een officieel briefje als bewijs, maar wel door chemische middelen te beperken of in zijn geheel niet in te zetten. Mooi.   

Op een ander eiland, Faial, vond ik wel een gecertificeerde biologische wijngaard. De rijpe druiven verhuizen na de oogst per boot naar Pico, een half uur varen, waar Adega do Vulcao er hun schitterende Ameixâmbar van maakt. En dat is nog maar de instapper. Do Vulcao is een van de nieuwe lichting wijnmakers - jong, ambitieus, opgeleid - die goed snappen wat het eiland geeft en hoe je daar met minimale ingrepen het beste wijn maakt. Zo is er ook Entre Pedras, met fantastisch wit en een spannende clairette van merlot en syrah. Dat is licht rood of donker rosé, maar net hoe je het bekijkt. In ieder geval een manier waarop rood van de Azoren ineens wel aantrekkelijk is.

Een andere uitzondering was ongeveer het tegenovergestelde. Een houtgelagerde, volle rode van aragonez (Portugees voor tempranillo) en pinot noir (Frans voor Spätburgunder). Producent: Quinta da Jardinete. Locatie: Sao Miguel. Op het 222 jaar oude landgoed wordt gegarandeerd zonder chemische herbiciden en pesticiden gewerkt, werd me verzekerd. Gekoeld geschonken ook in de zomer een hele fijne wijn. Een laatste aanrader, terug naar Pico: Lucas Lopes Amaral, naar eigen zeggen het jongste ‘eilandje’ van de Azoren. Maakt naast zijn Cadmarvor- en Esboçopódio-serie een gruwelijk lekkere, bijna sherry-achtige arinto.

Het mooie is dat al die witte wijnen zo goed samengaan met alles wat er direct aan de kust uit de oceaan wordt gevist. Minder mooi, er is maar zo weinig van. Veel wijn verlaat Pico niet eens, laat staan de Azoren. Kom je het ergens tegen, sla direct toe. Deze unieke wijnen zijn het ontdekken waard!

Niels van Laatum

Bekijk hier alle artikelen van Niels

De Grote Hamersma Online Wijn-Spijscursus
Leer welke wijn smaakt bij welk gerecht. Pak kurkentrekker en mes en vork en maak een ‘studiereis’ door de wereld van wijn en spijs. Leer in ‘gewone mensentaal’ over de negen popul....
De Grote Hamersma Online Wijncursus
Vergroot je wijnkennis en haal je officiële Wijnproefessional-diploma. Nu tijdelijk met gratis Mezzacorona Airtender pakket twv € 14,99. Geen vooropleiding vereist: alleen lekkere....
Rianne Ogink: Wijnschoolperikelen
Op de social mediakanalen van de wijnwereld zie ik de afgelopen tijd van alles voorbijkomen. Wereld zinfandel-dag, de lancering van Beaujolais nouveau en een heuse sherry week. Bor....