We hebben ’m op twee temperaturen geproefd: gewoon op kamertemperatuur en licht gekoeld. En juist dat verschil maakt deze wijn interessant.
Op kamertemperatuur komt het kruidige karakter duidelijker naar voren. Denk aan rood fruit, wat bosgrond, specerijen en een subtiele houttoon. Niet zwaar, niet log, maar wel net iets serieuzer en voller. Dan zou ik hem zelf sneller naast eten zetten, bijvoorbeeld bij gevogelte, paddenstoelen of iets met geroosterde groenten.
Licht gekoeld vonden we hem eigenlijk nog leuker. Dan wordt hij sappiger en frisser, terwijl die body mooi overeind blijft. Ook dat beetje hout komt dan subtieler en preciezer naar voren, zonder ooit dominant te worden.
En dan verandert het meteen van een wijn voor aan tafel in zo’n fles die je op zaterdagavond gewoon op de bank open kunt trekken.
Dus ja, beide temperaturen werken. Maar wij zouden ’m zelf licht gekoeld schenken. Dan blijft hij elegant, sappig en lekker los, terwijl er nog genoeg kruidigheid en diepte in zit om interessant te blijven.