Verguisd en in het verdomhoekje, de sauvignonasse in Chili. In het noorden van Italië wordt de druif echter gekoesterd. Al heeft hij zich daarvoor in Collio en Friuli wel het alias friulano voor moeten aanmeten. Daar vragen de wijnboeren zich overigens af hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat hun Chileense collega’s deze druif zo lang voor sauvignon blanc hebben versleten. Die is kruisbessig, uitbundig en citrusrijk, terwijl de friulano bloemig, compact en appelig is. Tenminste, als deze is opgevoed door een goede wijnmaker. Die weet dan zelfs nog veel meer aan de friulano te ontfutselen. Wat peperigheid bijvoorbeeld. En vooral veel vulling, iets romigheid en de stevigheid van gedroogd geel fruit en stoer-sappige amandel-, lof- en grapefruitbitters.