Cabernet sauvignon, met zijn ruim 60 procent by far de populairste aanplant van het land. Met dank aan een groeiseizoen in het Chinese Ningxia dat beduidend langer is dan in benchmark Bordeaux: 3000 versus iets meer dan 2000 uur. Ofwel: 300 dagen met zonneschijn per jaar.
Nu wordt er links en rechts overigens vaak wat lacherigs gedaan als China als wijnland ter sprake komt. Maar vergis je niet: thans is het wat wijngaardareaal betreft al het op zes na grootste wijnland ter wereld.
En er wordt bij de inmiddels 900 wineries druk geoefend om de kwaliteit op niveau te krijgen.
Dat gebeurt onder andere door knowhow in te huren van buitenaf dan wel joint ventures te sluiten met wijnbedrijven die er internationaal toe doen. Franse, Amerikaanse, Australische (relatief vlakbij) en Oostenrijkse.
Zoals met de familie Moser. Daar weten ze na vijftien generaties in de handel ook wel wat een druifje vermag. In Oostenrijk zelf is het een van de meest toonaangevende producenten en wat formaat betreft zelfs de grootste.
Enfin, die zijn in het centraal-noordelijk gelegen Ningxia aan de slag. Om precies te zijn in het Helan gebergte dat een natuurlijke bescherming vorm tegen de hete winden uit de nabijgelegen Gobi woestijn.
Het levert een cabernet sauvignon op die - ondanks zijn 15 procent- wel de frisheid heeft van zijn evenknie uit Bordeaux maar ook guller is met donker fruit. Cassis, pruimen, zwarte kersen, fijne laurier en mooi opgewreven tannines.