Rond 1850 begon het met een heel bescheiden wijndomeintje van Bernard Ardoin, een voorvader van de huidige eigenaars, Pierre en Béatrice Ardoin.
Bernard, van beroep wever, kocht een klein huis in Cars. En gelukkig besloot hij destijds niet om auto’s te gaan produceren maar om de kleine chai en de bijbehorende wijnstokken aan het werk te zetten. In de loop van de decennia kwamen er steeds wat hectaren bij; inmiddels zijn het er ruim 20.
Pierre en Béatrice – allebei oenoloog – maken hun wijnen overigens niet meer zoals hun voorouders dat deden. Dat zou tegenwoordig maar tot zuinige mondjes leiden vanwege de wellicht wat al te ‘karakteristieke’ tannines.
Op de beroemde klei- en kalkbodems van Bordeaux produceren ze eigentijds rood, met merlot als signaturedruif. Maar kijk aan: ook King Cab, cabernet sauvignon, behandelen ze met alle egards. Het levert een opgewekte blaye op. Een blije blaye, zo u wilt. Maar zonder dat het een vriendelijk kopjes gevende allemansvriend wordt.
Geef daarom ook geen kopje maar een fiks glas. Even flink walsen. Dan schieten de tannines wat los en krijgen de zwarte bessen en donkere kersen de kans om zich te presenteren om een bedje van laurier.